Posts Tagged ‘Sanders coaching’

Willen, kunnen, mogen en moeten

Of en in welke mate stress op het werk wordt ervaren, hangt af van de persoon (hoewel er ook stressbevorderende werkomstandigheden zijn die algemeen zo worden ervaren). Dat laten de auteurs van ’Stress als keuze Persoonlijk werkboek stressmanagement’, Chabrack en Cooper, heel mooi zien aan de hand van willen, kunnen, mogen en moeten. In hun boek stellen zij de volgende vraag: ,,Wat zijn belangrijke individuele verschillen als het gaat om stress op ons werk?’’. En ze antwoorden: ,,Dat zijn die verschillen die bepalen in hoeverre we wel of niet passen bij het werk en in de organisatie.’’ Dat hangt weer af van wat we zelf willen en kunnen en wat we van onszelf mogen en moeten. Hun verhandeling (pag. 97 tot en met 108) komt in het kort hierop neer.

Wat je wilt, dat is wat je leuk vindt, waar je je in verliest en wat je energie geeft. Willen heeft te maken met je favoriete doeleinden, zoals gewaardeerd worden, prestige of veel geld verdienen. Wat we wel en wat we niet willen is daarom bij stressmanagement leidraad.

Wat je op je werk kunt, is alles wat je gebruikt, vindt, ontwikkelt, schept et cetera, en je gebruikt dat alles om te bereiken wat je wilt bereiken. Kunnen, dat varieert in een mensenleven. Je ontwikkelt jezelf immers. Het is goed om van tijd tot tijd stil te staan of datgene wat je kunt nog wel past bij wat je wilt. ,, Een van de vervelendste dingen die ons op stressgebied kunnen gebeuren is dat ons kunnen vervreemdt van ons willen. Kunnen zonder willen heeft nog maar weinig betekenis.’’

Wat je mag in je werk, bepaalt de grenzen van je speelruimte. Daaromheen staan hekken. Die hekken worden deels opgetrokken door de leiding maar deels plaats je ze ook zelf (door aannamen en overtuigingen, door reacties van collega’s maar ook door ervaringen uit je vroege jeugd). ,,Wat we van onszelf mogen stelt grenzen aan wat we willen in ons werk, en daarmee aan de ontwikkeling van ons kunnen.’’ Van de buitenwereld mogen we dus feitelijk veel meer dan we onszelf toestaan of dan we denken. We begrenzen onszelf.

Via het mogen, stellen we dus grenzen aan ons willen. Om toch te doen wat we willen, moeten we onszelf herhalen. Wat we willen doen, doen we steeds opnieuw. Zo ontwikkelen we vaardigheden en motieven (een drijfveer en terugkerend patroon). Een daarvan is een hoofdmotief of levensthema. Dat geeft ons richting en een gevoel van veiligheid, en daarom dwingen we onszelf verder te werken aan ons hoofdmotief. Ons hoofdmotief vormt onze kern, stellen Chabrack en Cooper. Voorbeelden van een hoofdmotief zijn: hoge kwaliteit leveren, dingen perfect doen en foutloos werken, je in anderen verplaatsen en het hun naar de zin maken. Gaandeweg het leven verschuift het hoofdmotief vaak. ,,En dat is maar goed ook, anders worden we karikaturen van onszelf.’’

Copyright: Sandra Sanders

‘Dat wordt een ramp’

,,Dat wordt een ramp”, voorspelde mijn man. Denk maar niet dat het ons ooit zou lukken om in deze tijd onze recreatiewoning te verkopen. Bij zijn woorden voelde ik mijn maag draaien. Ramp, rampspoed, wie blijft daar onberoerd onder? Niemand. ,,Je bedoelt dat het moeilijk zal worden ons huis te verkopen”, vertaalde ik. Ha, dat voelde al een stuk beter.

De woorden waarmee wij ons leven, onze gevoelens, relaties, gebeurtenissen enzovoort omschrijven, roepen een bijbehorend gevoel op. Als je het woord ‘ramp’ aan iets koppelt, voelt het ook alsof er een ramp is gebeurd of staat te gebeuren, ook al is er objectief beschouwd weinig aan de hand. De zware term doet zijn werk in het onderbewuste, en dat onderbewuste maakt geen onderscheid tussen wat waar is en wat niet waar is. Zeg je ‘dat wordt een ramp’, dan vóélt het ook alsof het een ramp wordt.

Het mooie is dat je volledig vrij bent om andere woorden te gebruiken, woorden die minder belastend zijn en waarschijnlijk een stuk realistischer. Je kunt je de stress in redeneren, dus je kunt je de stress ook weer uit redeneren.

Een aantal woorden staat bekend om zijn belastende werking. Ten eerste ‘moeten’. Wij gebruiken het woord te pas en te onpas. Let er eens op. Meestal kun je het woord weglaten (,,Ik moet mijn kind van school halen” wordt bijvoorbeeld ,,Ik ga mijn kind van school halen” of ,,Ik moet nog even studeren” veranderen in ,,Ik wil zo nog even studeren”).

Een tweede categorie zijn absolute termen als altijd, nooit, niemand of iedereen. ,,Niemand wil mij helpen.” Niemand? ,,Iedereen is tegen mij.” Werkelijk? ,,Het zit mij ook nooit eens mee.” Echt nooit? Op zo’n absolute manier de zaken verwoorden, geeft stress. Om de reden die hierboven staat genoemd: het voelt dan ook werkelijk alsof niemand om je geeft, je altijd pech hebt enzovoort. Daar komt bij dat je je met dit type omschrijvingen als slachtoffer opstelt, en daarmee de regie over je leven weggeeft. Hetzelfde geldt voor het werkwoord ‘zijn’. Als je zus of zo bent, wat doe je er dan nog aan? Niets. Want het woord zijn heeft iets onveranderlijks in zich, iets dat je niet kunt beïnvloeden. ,,Ik ben een steenbok.’’ En daarom doe ik de dingen nu eenmaal zo. Kan ik niks aan doen. Als je ’zijn’ vervangt door ’gedragen’, om maar wat te noemen, dan introduceer je daar een keuze mee. Je kunt je immers ook anders gedragen?

Nuanceer je gedachten. Woorden werken hypnotiserend. Realiseer je dat.

Wie stress heeft lijdt vaak aan blikvernauwing. Dan ligt het gevaar van denken in zwart/wittermen op de loer. Maar tussen het zwarte en het witte zitten talloze grijstinten. En vele, vele kleurschakeringen.

Copyright: Sandra Sanders

De kikker en de kookpot


Kent u het verhaal van de kikker en de kookpot? Nee? Dan wil ik u dat niet onthouden. Als je een kikker in een kookpot met koud water op het vuur zet, dan zal de kikker erin blijven zitten en dood koken. Gooi je een kikker in een kookpot waarvan het water al kookt, dan springt hij er onmiddellijk uit.

Denk niet, ja, een kikker. Mensen vertonen hetzelfde gedrag. Als zij in een plotseling bedreigende situatie terechtkomen, dan weten ze niet hoe snel ze die moeten ontvluchten. Neemt de bedreiging echter beetje bij beetje toe, haast onmerkbaar, dan blijven ze veel langer zitten dan goed voor hen is. Ze voelen wel dat de pot overkookt, dat ze last van stress krijgen, hoofdpijn, vermoeidheid, concentratieproblemen, gepieker enzovoort, maar de reflex ‘wegwezen’, die is er niet of onvoldoende.

Een van de manieren waarop mensen vaak omgaan met een stressvolle situatie, is meer doen van hetzelfde. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn: de overtuiging dat je door moet zetten, dat je het alleen moet kunnen, dat je voor iedereen klaar moet staan, dat de aanhouder wint, dat er echt geen andere oplossing is, en ga zo maar door. Wie echter steeds hetzelfde doet, krijgt ook steeds hetzelfde resultaat. Of je nu de frequentie verhoogt of de intensiteit van je acties, het maakt allemaal niets uit. Je krijgt meer van hetzelfde. U herkent het zelf misschien ook wel, bij uzelf of uit uw omgeving. Krijg je je werk niet af, werk dan vooral harder, maak meer uren. Of: als ik het maar vaak genoeg zeg, dan zal de ander het wel een keer doen. Het lijkt voor de hand te liggen, maar dit is bijna nooit de oplossing. Integendeel: het leidt alleen maar tot meer stress.

Wat dan wel? U weet nu: als iets niet werkt, stop er dan mee. Daarmee is de oplossing nog niet voorhanden. Wél met de volgende toevoeging: én doe iets anders. Kijk hoe je op een andere manier tot de oplossing komt. Wie zijn werk niet gedaan krijgt, zou eens naar zijn takenpakket kunnen kijken (is daar in de loop van de tijd steeds meer bij gekomen?), naar verantwoordelijkheden of naar mogelijkheden om te delegeren. En kijk eens wat er bij u privé en op het werk tezamen allemaal op uw bordje ligt. Is er in de loop van de tijd niet te veel bij gekomen? Wordt het geen tijd hulp in te roepen en keuzes te maken?

De aanhouder wint? Nee. Dan liever deze: Er zijn meer wegen die naar Rome leiden.

Copyright: Sandra Sanders

50 TIPS voor minder stress!






Ervaring klant
'Op wonderlijke wijze heb ik in één natuurwandeling hét antwoord gekregen'