Posts Tagged ‘gedachtemanagement’

‘Dat wordt een ramp’

,,Dat wordt een ramp”, voorspelde mijn man. Denk maar niet dat het ons ooit zou lukken om in deze tijd onze recreatiewoning te verkopen. Bij zijn woorden voelde ik mijn maag draaien. Ramp, rampspoed, wie blijft daar onberoerd onder? Niemand. ,,Je bedoelt dat het moeilijk zal worden ons huis te verkopen”, vertaalde ik. Ha, dat voelde al een stuk beter.

De woorden waarmee wij ons leven, onze gevoelens, relaties, gebeurtenissen enzovoort omschrijven, roepen een bijbehorend gevoel op. Als je het woord ‘ramp’ aan iets koppelt, voelt het ook alsof er een ramp is gebeurd of staat te gebeuren, ook al is er objectief beschouwd weinig aan de hand. De zware term doet zijn werk in het onderbewuste, en dat onderbewuste maakt geen onderscheid tussen wat waar is en wat niet waar is. Zeg je ‘dat wordt een ramp’, dan vóélt het ook alsof het een ramp wordt.

Het mooie is dat je volledig vrij bent om andere woorden te gebruiken, woorden die minder belastend zijn en waarschijnlijk een stuk realistischer. Je kunt je de stress in redeneren, dus je kunt je de stress ook weer uit redeneren.

Een aantal woorden staat bekend om zijn belastende werking. Ten eerste ‘moeten’. Wij gebruiken het woord te pas en te onpas. Let er eens op. Meestal kun je het woord weglaten (,,Ik moet mijn kind van school halen” wordt bijvoorbeeld ,,Ik ga mijn kind van school halen” of ,,Ik moet nog even studeren” veranderen in ,,Ik wil zo nog even studeren”).

Een tweede categorie zijn absolute termen als altijd, nooit, niemand of iedereen. ,,Niemand wil mij helpen.” Niemand? ,,Iedereen is tegen mij.” Werkelijk? ,,Het zit mij ook nooit eens mee.” Echt nooit? Op zo’n absolute manier de zaken verwoorden, geeft stress. Om de reden die hierboven staat genoemd: het voelt dan ook werkelijk alsof niemand om je geeft, je altijd pech hebt enzovoort. Daar komt bij dat je je met dit type omschrijvingen als slachtoffer opstelt, en daarmee de regie over je leven weggeeft. Hetzelfde geldt voor het werkwoord ‘zijn’. Als je zus of zo bent, wat doe je er dan nog aan? Niets. Want het woord zijn heeft iets onveranderlijks in zich, iets dat je niet kunt beïnvloeden. ,,Ik ben een steenbok.’’ En daarom doe ik de dingen nu eenmaal zo. Kan ik niks aan doen. Als je ’zijn’ vervangt door ’gedragen’, om maar wat te noemen, dan introduceer je daar een keuze mee. Je kunt je immers ook anders gedragen?

Nuanceer je gedachten. Woorden werken hypnotiserend. Realiseer je dat.

Wie stress heeft lijdt vaak aan blikvernauwing. Dan ligt het gevaar van denken in zwart/wittermen op de loer. Maar tussen het zwarte en het witte zitten talloze grijstinten. En vele, vele kleurschakeringen.

Copyright: Sandra Sanders

50 TIPS voor minder stress!






Ervaring klant
'Op wonderlijke wijze heb ik in één natuurwandeling hét antwoord gekregen'